Wijzigingen auto’s

Werkelijke waardevermindering BPM

Het kabinet gaat voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) regelen dat in bepaalde situaties in plaats van de forfaitaire afschrijvingstabel mag worden uitgegaan van de werkelijke waardevermindering. De afschrijving zal ook in ombouwsituaties bepaald gaan worden aan de hand van de werkelijke waarde. Zo zal conform jurisprudentie worden toegestaan dat bij de ombouw van bestelauto’s tot personenauto de afschrijving bepaald kan worden aan de hand van de werkelijke waarde.

Catalogusprijs straks publiekelijk kenbaar
Het kabinet stelt voor dat met ingang van 1 januari 2018 de catalogusprijs van een (bijzondere) personenauto, bestelauto of motorrijwiel (motorrijtuig) publiekelijk kenbaar gemaakt moet worden.

De catalogusprijs speelt een belangrijke rol. Zo is bij de eerste registratie van gebruikte voertuigen in Nederland de catalogusprijs relevant voor het bepalen van de afschrijving voor de berekening van de verschuldigde BPM. Tevens is de catalogusprijs relevant voor de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak. Met deze wijziging wordt de fabrikant of importeur verplicht de geldende catalogusprijs, waaronder dus wijzigingen van de catalogusprijs, publiekelijk kenbaar te maken. De wijze van publiekelijk kenbaar maken is vormvrij, maar dient wel zodanig plaats te vinden dat de catalogusprijs vervolgens voor iedereen kenbaar is. Daarbij kan worden gedacht aan bekendmaking via de website van de importeur of fabrikant.

Van eigen massa naar massa rijklaar
Het kabinet stelt voor de motorrijtuigenbelasting aan te passen waardoor bij de grondslag van de berekening van de motorrijtuigenbelasting niet langer gebruik wordt gemaakt van de ‘eigen massa’ van het motorrijtuig, maar van de ‘massa rijklaar’ zoals opgenomen in het kentekenregister.

Schorsen en naheffen motorrijtuigenbelasting
Voor een motorrijtuig waarvan het kenteken is geschorst is geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Zodra met dat motorrijtuig toch gebruik van de weg wordt gemaakt, herleeft de motorrijtuigenbelastingplicht en zal er worden nageheven. Bij een constatering van het weggebruik, eindigt de schorsing van rechtswege.

Doordat wettelijk is geregeld dat naheffing van de motorrijtuigenbelasting mogelijk is ter zake van een geschorst motorrijtuig dat wordt gebruikt op de weg, maar dat de Wegenverkeerswet 1994 de schorsing van rechtswege laat eindigen bij aanvang van een gebruik van de weg, zou onduidelijkheid kunnen ontstaan over het feit of de Belastingdienst mag naheffen, of niet. Daarom stelt het kabinet voor om de wet dusdanig aan te passen dat er geen onduidelijkheid meer bestaat dat de motorrijtuigenbelasting in dergelijke situaties nageheven kan worden.

terug naar vorige pagina