Waardering stamrecht en voorkomen schijnwinst

vrijdag 12/05/2017

In verband met fiscale waardering van het loondervingstamrecht (anders dan inbrengstamrecht) met een rekenrente van 4%, in plaats van de lagere commerciële rekenrente van nu, kan sprake zijn van schijnwinst waarover vennootschapsbelasting afgedragen moet worden.

 

Gevolg uitspraak Hoge Raad

Wanneer in de jaarrekening van uw vennootschap een loondervingstamrechtverplichting (bestaand op 1 januari 2013) is opgenomen dan dient daarvan jaarlijks opnieuw de waarde bepaald te worden. Dit wordt gedaan aan de  hand van rekenrentes en de periode waarover uitkering en dient plaats te vinden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een rente van 4% gehanteerd dient te worden in de waardering van het loondervingstamrechtverplichting, terwijl daarvoor gerekend kon worden met een commerciële (lagere) rente. Het gevolg van deze uitspraak is dat er een schijnwinst ontstaat bij het herwaarderen van de stamrechtverplichting met 4% naar een lagere waarde.

 

Situatie u bent nog geen 65 jaar of heeft de AOW leeftijd nog niet bereikt

In deze situatie bent u niet verplicht om stamrecht uit te keren, maar is uitkering / afkoop mogelijk. Echter wel belast tegen het progressieve loonbelastingtarief.  

 

Situatie u bent 65 jaar of u heeft de AOW leeftijd bereikt

In deze situatie bent u verplicht uit te keren volgens een uitkeringsschema overeengekomen met uw vennootschap, bijvoorbeeld over een looptijd van 15 jaar. In deze situatie is gedeeltelijke afkoop niet mogelijk. Het is echter mogelijk om een aangepast uitkeringsschema op te stellen waarin de schijnwinst kan worden geminimaliseerd. Het opstellen van dit uitkeringsschema is maatwerk.

 

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u uiteraard contact opnemen met ons kantoor.