Uitsluitingsclausule of insluitingsclausule?

dinsdag 01/08/2017

Een schenker of erflater kan na 1 januari 2018 kiezen of de schoonzoon- of dochter bij  een schenking of het opmaken van een testament verplicht zal meedelen in het te schenken of te erven vermogen. Het wetsontwerp inzake de beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen is op 28 maart 2017 door de Eerste Kamer aangenomen.

De nieuwe regeling zal per 1 januari 2018 in werking treden. Voorhuwelijks vermogen blijft in beginsel privé (tenzij het gemeenschappelijk vermogen is), evenals vermogen dat uit erfrechtelijke verkrijgingen en giften voortkomt. Hierdoor komt de standaardmatig gemaakte uitsluitingsclausule in een ander daglicht te staan. Besef dat op bestaande huwelijken met een wettelijke gemeenschap van goederen het oude huwelijksvermogensrecht van toepassing blijft. Voor nieuwe huwelijken is de uitsluitingsclausule nog steeds zinvol als de verkrijger zelf wel met zijn echtgenoot wil delen, maar de erflater/schenker niet wil dat wordt gedeeld.

De tegenhanger van de uitsluitingsclausule wordt de insluitingsclausule, een nieuw fenomeen. Daarbij bepaalt de erflater/schenker dat het desbetreffende vermogen gemeenschappelijk moet worden. Dit houdt in dat de schenker/erflater wenst dat de begunstigde het desbetreffende vermogen deelt met zijn echtgenoot. Hierbij moet worden bedacht dat dit delen bij nieuwe huwelijken alleen effectief is als de verkrijger óf in de nieuwe wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd óf huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt met een (beperkte) huwelijksgemeenschap. De echtgenoten moeten daarbij zijn overeengekomen dat erfrechtelijke verkrijgingen en giften in die gemeenschap kunnen vallen. Anders gezegd, het huwelijksgoederenregime moet de insluitingsclausule kunnen dragen. Het is dus denkbaar dat de schenker/erflater wil dat er wordt gedeeld, terwijl dit niet gebeurt. Dit laatste doet zich ook voor als de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt waarbij er wel een (beperkte) gemeenschap van goederen is, maar waarbij zij hebben bepaald dat verkrijgingen krachtens erfrecht en schenking erbuiten vallen.

Het motief voor de insluitingsclausule zal kunnen zijn om een gunstiger vererving mogelijk te maken met het oog op het erfbelastingtarief. Een zo gelijkmatig mogelijke verdeling van het vermogen tussen de (toekomstige) echtgenoten-erflaters draagt daaraan in het algemeen bij. Men zal daarbij willen dat het 'delen' beperkt blijft tot de vermogensovergang bij overlijden en dat het achterwege blijft als de begunstigde gaat scheiden.

Voor toepassing van de uitsluitings- of insluitingsclausule is een goede (estate)planning een vereiste.

Ons kantoor of uw notaris kan u daar bij helpen.