Toch aansprakelijk voor BTW na verbreken fiscale eenheid

donderdag 21/05/2015

Na het verbreken van de fiscale eenheid BTW kunt u nog steeds aansprakelijk zijn voor de BTW-schulden van die fiscale eenheid. U bent echter niet aansprakelijk voor de boete, heffingsrente, invorderingskosten en invorderingsrente, omdat u geen schuld heeft aan het ontstaan van de belastingschulden.

In een recente zaak draaide het om een BV die samen met haar holding sinds 2004 deel uitmaakte van een fiscale eenheid BTW. In 2007 verkocht de holding de aandelen van de BV aan een derde en werd de fiscale eenheid verbroken. Uit een boekenonderzoek bleek later dat er door de fiscale eenheid te weinig BTW was betaald. De inspecteur legde in 2009 een naheffingsaanslag op, maar die bleef onbetaald. In 2011 stelde de Belastingdienst de BV aansprakelijk voor het niet-betaalde BTW. Daarnaast zou de BV moeten opdraaien voor de boete, heffingsrente, invorderingskosten en invorderingsrente.

De BV was het echter niet eens met die aansprakelijkheidsstelling. Ze stelde dat de schuld bij de holding was ontstaan, en ze weigerde er daarom voor op te draaien. Hier ging de rechter echter niet in mee. De schuld was weliswaar ontstaan bij de holding, maar de fiscale eenheid was de uiteindelijke belastingplichtige. De BV kwam daarom niet onder die aansprakelijkheidsstelling uit. De BV draaide echter niet op voor de boete, heffingsrente, invorderingskosten en invorderingsrente. Ze had namelijk aangetoond dat ze geen schuld had aan het ontstaan van de belastingschuld. Bovendien was de belastingschuld pas bekend geworden na het verbreken van de fiscale eenheid. Ze kon dus niet aansprakelijk gehouden worden voor deze bedragen, omdat ze geen invloed meer uit kon oefenen op het op tijd betalen van de naheffingsaanslag.