Hypotheeklening bij eigen BV interessant?

donderdag 11/09/2014

Een bestaande of nieuw op te richten BV kan prima fungeren als bankier. Een hypotheeklening bij je eigen BV kan voor zowel de directeur grootaandeelhouder (DGA) als de BV fiscaal aantrekkelijk zijn.

Een vermogende particulier of DGA die spaart of risicomijdend belegt in staatsobligaties realiseert een laag rendement op zijn vermogen, van maximaal 2%. Na aftrek van rendementsheffing bedraagt het nettorendement 0,8%. In een dergelijk geval zou het voordelig kunnen zijn de eigenwoningschuld bij de bank af te lossen. Bij een rente van 5% en een IB-tarief van 52% spaart men netto 2,43% rente uit (hypotheekrente is in 2014 maximaal aftrekbaar tegen 51,5%). Het volledig aflossen van de eigenwoningschuld heeft als bijkomend voordeel dat geen eigenwoningforfait meer van toepassing is.

Als men de renteaftrek wil behouden, kan hij overwegen een BV op te richten en deze de hypotheeklening van de bank te laten overnemen. Het benodigde spaargeld zal als kapitaal moeten worden ingebracht. Is hij al eigenaar van een BV en de BV heeft niet voldoende geld om uit te lenen dan kan het kapitaal worden ingebracht middels een agiostorting.

Hij realiseert dan via de BV een rendement gelijk aan de met de aandeelhouder overeen te komen hypotheekrente. Waar de BV voorheen, 2% op een deposito of een spaarrekening behaalde, behaalt zij nu een rendement gelijk aan de hypotheekrente. Wel dient rekening te worden gehouden met de kosten van oprichting en instandhouding van de BV.

Ter vermijding van de peildatum van box 3 is het extra voordelig het spaargeld voor 1 januari over te hevelen naar de BV. Ter optimalisering van het voordeel verdient het overweging om de rente aan de bovenkant van de tolerantiemarge vast te stellen. Stel dat men bij de bank voor tien jaar vast 5% is verschuldigd, dan zou men met de BV 6% kunnen overeenkomen.