Gevolgen spoedreparatie Fiscale Eenheid wet Vennootschapsbelasting voor het MKB

donderdag 14/03/2019

Door diverse rechtelijke uitspraken bleek het Fiscale Eenheid regime niet EU proof te zijn. Dit was voor de Staatssecretaris een bevestiging om het wetsvoorstel spoedreparatie Fiscale Eenheid door te zetten. Ondanks diverse aanbevelingen en conclusies vindt de Staatssecretaris het niet nodig om dit wetsvoorstel aan te passen. Hierdoor krijgen ook MKB-bedrijven, waar een Fiscale Eenheid opgenomen is, met de gevolgen van deze spoedreparatie te maken.

Waar gaat het om

Betaalde rente in Nederland aftrekken terwijl de renteopbrengst bij een vennootschap buiten Nederland niet of in beperkte mate belast is. Om dit tegen te gaan is er in de VPB-wetgeving o.a. artikel 10a (Renteaftrekbeperking) opgenomen. Echter door zich op het standpunt te stellen dat er sprake zou zijn van een Fiscale Eenheid werd deze rentebeperking buitenspel gezet. De spoedreparatie is helaas zodanig vormgegeven dat deze wetgeving ook voor binnenlandse situaties van toepassing is.

Feitelijk gaat het bij deze wetgeving om het wegdenken van de Fiscale Eenheid voor de toepassing van een aantal rente-aftrek-beperkende wetsartikelen in de wet VPB waarbij artikel 10a vooral voor het MKB van belang is.

Artikel 10a wet VPB

Dit betreft een rente-aftrek-beperking bij besmette rechtshandelingen. De renteaftrek van concernschulden wordt beperkt als deze schulden dienen ter financiering van “besmette” rechtshandelingen, zijnde winstuitdeling, kapitaalstortingen of verwerving van een deelneming. Kort door de bocht gezegd: renteaftrek creëren voor transacties die feitelijk direct/ indirect eigen vermogen betreffen. De rente voor deze schulden is in deze situaties niet aftrekbaar.

Er is echter wel een Tegenbewijsregeling opgenomen, deze luidt als volgt: Indien de schuld zakelijk is en de vennootschap, die de rente ontvangt over deze rente een compenserende heffing afdraagt (Belasting conform Nederlandse maatstaven), dan is de rente-aftrek-beperking niet van toepassing.

Er zijn m.b.t. het wegdenken van de Fiscale Eenheid een drietal situaties denkbaar afhankelijk van de vraag of de schuld en/of rechtshandeling binnen de fiscale eenheid plaatsvinden:

- Zowel de schuld als de rechtshandeling vallen binnen de Fiscale Eenheid;
- De schuld valt binnen de Fiscale Eenheid en de rechtshandeling niet;
- Rechtshandeling is wel intern maar de schuld valt buiten de Fiscale Eenheid.

Voorbeeld

Het intern schuldig blijven van een intern dividend uitgekeerd van de dochter aan de moedermaatschappij terwijl er sprake is van een Fiscale Eenheid.
Als eerste dient de Fiscale Eenheid te worden weggedacht. Vervolgens is de betaalde rente pas aftrekbaar indien aan de tegenbewijsregeling van artikel 10a wordt toegekomen.

Oplossingen

- Aflossing van de schuld;
- Omzetten schuld in aandelenkapitaal;
- Kwijtschelding van deze interne schuld.

Let hierbij op het juridische vlak
Het kan bij een contant dividendbeleid verstandig zijn om juist niet af te lossen, omdat juist dit beleid uit aansprakelijkheidsmotief is overeengekomen. Overigens wordt er in deze situatie aan de tegenbewijsregeling toegekomen. Fiscale motieven spelen immers geen rol zodat een oplossing voor artikel 10a niet nodig is.

Conclusie

Bij een Fiscale Eenheid zal ook gekeken moeten worden naar de in de wet VPB opgenomen rente-aftrek-beperkende bepalingen. Hierbij moet de Fiscale Eenheid worden weggedacht. In Nederlandse situaties zal de compenserende heffing (mits geen verliesverrekening bij de rente ontvangende vennootschap) niet snel een probleem vormen. Er wordt echter nergens op de zakelijkheid ingegaan wat dus een aandachtspunt blijft. Hierbij is het van belang dat er geen fiscale motieven spelen. Tot 1 januari 2019 is er overigens een drempel van 100 k rente opgenomen. Het gros van het MKB zal onder deze drempel vallen waardoor er in het jaar 2018 nog niet echt sprake van een probleem zal zijn. Vanaf 1 januari 2019 geldt deze drempel niet meer en dienen we ook binnen het MKB met deze wetswijziging rekening te houden.

Verbreken van de Fiscale Eenheid is een optie die voor deze problematiek geen consequenties heeft. Echter kan verbreking juist bij hoge resultaten een tariefvoordeel met zich meebrengen, omdat de eerste schijf (19% tot 200.000,-) niet voor de eenheid als geheel, maar per belastingplichtige vennootschap toegepast kan worden. Raadpleeg echter wel altijd even overleg met jouw adviseur indien je tot een verbreking wilt overgaan. Niet in alle situaties kan dit zonder een heffing plaatsvinden.

Mocht je vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met ons kantoor.