Bij btw-fraude mag rechter verjaringstermijn negeren

donderdag 17/09/2015

In het kader van de bestrijding van btw-fraude, mogen nationale rechters verjaringstermijnen negeren. Zo heeft het Europese hof beslist, indien dat de fraude vaststaat alleen door de verjaringsregels geen straf zou kunnen worden opgelegd.

Tussen 2005 en 2009 hadden de verdachten voor miljoenen euro’s btw-fraude in Italië gepleegd. Zij zouden door toepassing van de verjaringsregels ongestraft blijven. De Italiaanse rechter wilde van het Europese Hof weten of dit in strijd was met het Europees recht. Het Hof oordeelde dat het de taak van de nationale rechter was om te onderzoeken of de nationale bepalingen daadwerkelijk doeltreffend en afschrikkend zijn in gevallen van ernstige fraude die schade kunnen toebrengen aan de financiële belangen van de EU. Komt de nationale rechter tot de slotsom dat ernstige fraude in een groot aantal gevallen niet strafrechtelijk wordt bestraft? En komt dit doordat de strafbare feiten vaak verjaren voordat een definitieve rechterlijke uitspraak kan worden opgelegd? Dan kunnen de desbetreffende maatregelen niet beschouwd worden als doeltreffende en afschrikkende maatregelen, en dat is volgens het Hof in strijd met EU-recht. De nationale rechter mag daarom om de volle werking van het EU-recht te waarborgen, indien nodig, de verjaringsbepalingen buiten toepassing laten. Hij hoeft niet te verzoeken of af te wachten dat deze bepalingen eerst door de wetgever of door enige andere constitutionele procedure worden ingetrokken.