Verdeling van pensioen bij echtscheiding soms belast

vrijdag 02/03/2018

Echtgenoten die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd moeten bij echtscheiding hun gezamenlijk opgebouwde vermogen gelijkelijk verdelen. De tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten behoren niet tot de huwelijksgoederengemeenschap.

 

Die vallen onder de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. De Wet is ook van toepassing op gehuwden met huwelijkse voorwaarden.
De Wet Verevening Pensioen bij Scheiding(WVPS) biedt standaard een gelijke verdeling van de pensioenrechten tussen beide echtelieden; Echtgenoten kunnen de gelijke verdeling aanpassen en de pensioenrechten anders verdelen, of de pensioenverevening uitsluiten. Dat kan bij huwelijkse voorwaarden, of in het echtscheidingsconvenant.

Als echtgenoten bij echtscheiding de WVPS niet toepassen en de pensioenrechten verrekenen door betaling van een bedrag ineens of door overbedeling door bijvoorbeeld toedeling van de woning, is die vergoeding belast als een ‘aangewezen periodieke uitkering’. Hof Den Bosch heeft dat recent weer eens bevestigd.

 

Man en vrouw waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Hun huwelijk liep spaak, in 2010 werd de echtscheiding ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. De echtelieden hadden  een echtscheidingsconvenant opgesteld en daarbij de huwelijksgoederengemeenschap zodanig verdeeld dat zij ieder een vermogen ontvingen tot een waarde van (afgerond) 700.000.

De huwelijksgemeenschap bestond onder meer uit de echtelijke woning, een bankrekening, een lijfrentepolis en pensioenrechten.

De pensioenrechten werden gewaardeerd op (circa) 700.000. Daarvan was (circa) 200.000 aan de vrouw toegerekend en (circa) 500.000 aan de man.

De echtelijke woning (minus hypotheekschuld plus spaarpolis) werd gewaardeerd op (circa) 500.000. Die woning werd toegedeeld aan de vrouw.

 

Het Hof stelde vast dat de echtgenoten in hun echtscheidingsconvenant – juridisch bezien – niet hadden afgezien van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding, maar desondanks een pensioenverrekening hadden toegepast. Daarbij had belanghebbende een deel van haar pensioenaanspraken afgestaan in ruil voor het woonhuis dat haar was toebedeeld. De echtgenoten hadden zo een deel van de pensioenaanspraken, die civielrechtelijk geen deel uitmaakten van de huwelijksgoederengemeenschap, geruild met een vermogensbestanddeel, het woonhuis, dat wél tot die gemeenschap behoorde. Die verrekening had tot gevolg dat bij de vrouw 150.000 inzake de pensioenaanspraken als een belastbare periodieke uitkering moest worden aangemerkt. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.

 

De echtelieden in deze procedure hebben spelregels voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de pensioenverevening niet goed uit elkaar gehouden. De pensioenrechten maken geen deel uit van de huwelijksgemeenschap; de ongelijke verdeling tussen de echtgenoten, zoals zij die hadden toegepast, heeft geen directe fiscale gevolgen. Vervolgens hadden zij hun huwelijksgoederengemeenschap 50-50 moeten verdelen, hun gezamenlijk vermogen zonder de waarde van de pensioenrechten! Dat gebeurde niet: de echtgenoten verdeelden de totale waarde van hun gezamenlijk vermogen, inclusief de waarde van de pensioenrechten. Dat leek dus goed verdeeld, maar de inspecteur dacht daar anders over.

 

Doordat de vrouw een te gering deel van de pensioenrechten kreeg toegedeeld werd zij overbedeeld met andere vermogensbestanddelen uit hun gezamenlijk vermogen, met name het woonhuis. Zij heeft zo een deel van de haar toekomende pensioenrechten afgestaan aan de man in ruil voor de woning.

En dat is een belastbare bate. Dit is een duidelijk voorbeeld hoe het niet moet.

 

Mocht u vragen hebben in verband met pensioen en/of echtscheiding; neem dan contact op met onze specialisten.