Als er iets in je broekzak brandt

Column Albert Verschure

Als er iets in je broekzak brandt, kun je er maar beter aandacht aan schenken. Als je niet acuut ingrijpt, raak je gefrustreerd. Maar wat als je vrouw doodleuk zegt dat ze het helemaal zat is? Dat ze er geen klap aan vindt dat jouw hand in een restaurant aldoor onder tafel verdwijnt? ‘Vroeger lag die in de mijne’, zie ik haar denken. Geloof me, op zo’n moment is het tijd om alle hulptroepen in te schakelen.


Terror-ding


Hetzelfde geldt voor de werkvloer waar die mobieltjes om de haverklap krijsen om aandacht. Ik zie hoe de handen van medewerkers aldoor richting het terror-ding gaan en voel me bijna verslagen. Maar ik ben de beroerdste niet en vind één keertje op dat scherm kijken niet erg. Twee keer ook niet, vooruit. Maar als het ten koste gaat van de productiviteit, moet dit spelletje maar eens snel afgelopen zijn. En aangezien ik er ook aan meedoe, ja ik geef het toe, geldt dit ook voor mij.


Volle aandacht


Uiteindelijk draait alles om de mate waarin. Om redelijkheid. En vertrouwen. Want zin en tijd om anderen op deze gewoonte te controleren, heb ik niet. Dus voerde ik onlangs een nieuwe regel op kantoor in: iedereen mag nog maar op drie momenten van de dag zijn berichtjes checken. Voor de rest van de tijd staan beeld en geluid uit. Klaar. Geen deuntjes, bliepjes en oplichtende discolampen meer, maar volle aandacht voor de werkzaamheden of zoals Mr. Zen zou zeggen: met volle aandacht in het moment. En het werkt. Mijn medewerkers kunnen er prima mee leven en ik ook.


Gretig en genietend


De regel redde zowaar mijn vakantie afgelopen zomer, anders had ik beslist in mijn uppie aan dat romantische tafeltje gezeten. Het was even afkicken, maar absoluut de moeite waard. Mijn hand lag eindelijk weer waar hij zijn moest. Gretig en genietend, met volle overtuiging en overgave. Om mijn bierglas.